Langs de lijn, Column
Waarom één tegen één voor mij de basis van korfbal is
Vanuit het vrijlopen en scoren uit een individueel duel, ontwikkel je tegelijk techniek, keuzes en uiteindelijk ook samenspel.
Het korfbalspel is dynamisch, snel, heeft veel passing, veel vrijloopacties en is één van de weinige sporten waarbij je rondom het gehele doel kunt scoren. Er zijn genoeg uitdagingen om samen te werken en dat is ook een essentieel onderdeel van het korfbalspelletje. Het is een echte teamsport. Toch ben ik van mening dat het één tegen één duel de basis vormt voor de ontwikkeling van jeugdspelers.
Ik denk dat in de jongste jeugd de focus moet liggen bij twee onderwerpen: de bal en de kinderen. Het draait om veel balcontacten, spelplezier en leren omgaan met elkaar. Daarom gebruik ik zo snel mogelijk partijvormpjes. Wedstrijdjes op kleine velden en/of in overtallen zijn mijn favorieten: veel doelpogingen, veel samenwerken en veel korte bewegingen. Maar wat probeer ik mijn spelers nu eigenlijk te leren binnen al die partijvormpjes?
Toen ik ging kijken naar wat een speler in een wedstrijd of partijvorm steeds moet kunnen, kwam ik vooral terug bij twee onderdelen: vrijlopen en scoren. Om tot een doelpoging te komen, moet je als aanvaller proberen om in een goede positie te komen. Daarvoor moet je vaak explosief bewegen, ruimte herkennen en een actie durven maken. En wanneer de mogelijkheid ontstaat, moet je ook kunnen en durven schieten. Hierin zitten veel vaardigheden die ook bij andere korfbalacties essentieel zijn. Daarom vormen dit soort acties voor mij de basis van de ontwikkeling. Een speler moet uitgedaagd worden om zélf ruimte te creëren en op daar vervolgens ook iets mee kunnen doen.
Initiatief is een van de eigenschappen die ik hiervoor vaak benoem. In de jongere jeugd heb ik die term eigenlijk vervangen voor durf en lef. Die termen vind ik nog concreter. Natuurlijk kunnen spelers elkaar helpen met bijvoorbeeld een goede actie of pass, maar een speler die zelf ruimte kan creëren geeft het team opties en keuzes. Kunnen alle vier de spelers dit, dan wordt het een kwestie van samenwerken en de skills op het juiste moment inzetten. Daarom begint goed korfbalspel voor mij bij het vrijlopen van een speler zelf.
Dit biedt op trainingen ook veel ruimte voor mijn favoriete partijvormpjes. In bijvoorbeeld drie tegen drie of drie tegen twee ontstaan continu nieuwe individuele duels. Door te spelen met de aantallen, opdrachten en ruimtes, kan ik het niveau aanpassen en de nadruk van het duel verleggen. Binnen al die situaties ontwikkel je ook veel andere vaardigheden zoals het vrijpassen, het is ideaal te combineren met rebounds . En wat te denken van de verdediger, die elke training een belangrijke rol heeft in de oefening,. Bij het voorbereiden van een training stel ik mezelf vaak de controlevraag: Waar kan ik mijn spelers uitdagen met een één tegen één duel?
Een training van mij bevat dus altijd een onderdeel met heel veel scoren en altijd een vorm van één tegen één. Daarmee bedoel ik dus een uitdaging voor spelers om zelfstandig vrij te lopen en te scoren. Daarnaast behandel ik op de training meestal ook nog een van de andere korfbalvaardigheden, maar dat hoeft niet altijd een aparte oefening te zijn. In spelvormen worden spelers vaak uitgedaagd om zelf actie te ondernemen. Hoe ik daar dan als coach mee om ga, is het onderwerp van het volgende artikel.
Wat is voor jou het belangrijkste in de ontwikkeling van korfballers?